Lactaatdrempel vs FTP: welke maatstaf helpt je echt vooruit?

Wil je slimmer trainen in plaats van alleen maar harder? Dan kom je al snel uit bij lactaatdrempel en FTP. Beide geven richting aan je trainingszones, maar ze meten niet hetzelfde en leiden ook niet altijd tot dezelfde keuzes. Hier lees je in het kort het verschil, wanneer FTP misleidend kan zijn, en waarom een lactaattest je trainingsuren vaak veel effectiever maakt.

Aspect FTP Lactaatdrempel
Defenitie Geschat 60-minutenvermogen Fysiologische drempels LT1 en LT2 op basis van bloedlactaat
Meetmethode Veldtest - meestal 20 min x 0,95 Stapsgewijze inspanning met lactaatprikken
Wat je krijgt Één getal voor zones Volledige lactaatcurve en brandstofverdeling
Invloed dagvorm Groot - pacing, motivatie Kleiner - reproduceerbare drempels
Persoonlijke fysiologie Wordt vaak afgevlakt Wordt expliciet zichtbaar
Beste gebruik Snelle indicatie Gerichte trainingssturing en monitoring

Wat is FTP?

FTP staat voor Functional Threshold Power en wordt doorgaans benaderd via een 20-minutentest waarvan 95% als FTP geldt. Het idee: dit getal zou het vermogen schatten dat je een uur kunt volhouden en vormt de basis voor je trainingszones. Het is snel, goedkoop en breed beschikbaar via vermogensmeters en indoor software. Keerzijde: FTP is geen directe fysiologische meting, maar een prestatie-afgeleide schatting die gevoelig is voor pacing, motivatie, anaerobe capaciteit en dagvorm. Daardoor kan dezelfde FTP bij twee renners iets heel anders betekenen.

Lactaatdrempel uitgelegd: LT1, LT2 en het verschil met FTP

Je lactaatdrempels worden bepaald door tijdens een stapsgewijze test bloedlactaat te meten. LT1 markeert de overgang naar stevige aerobe inspanning waarbij vet- en koolhydraatverbranding verschuiven. LT2 is de hogere drempel waarop lactaatproductie en -afvoer nog net in balans zijn - dit ligt dicht bij wat vaak de anaerobe drempel wordt genoemd. FTP wordt regelmatig gebruikt als proxy voor die hogere drempel, maar is geen directe meting van LT2. Een lactaattest laat bovendien de hele lactaatcurve zien, inclusief hoe efficiënt je bij lagere intensiteiten vet verbrandt en waar je echt vermogen “lekt”. Dat geeft je veel meer sturing dan één FTP-getal.

Beperkingen van FTP als basis voor je trainingszones

FTP lijkt objectief, maar kan voor jou subjectief uitpakken. De 95%-regel van een 20-minutentest werkt niet voor iedereen even goed: renners met veel anaerobe power scoren relatief hoger, duurdiesels vaak lager. Daardoor kloppen zones afgeleid van FTP niet altijd met je daadwerkelijke aerobe en anaerobe drempels.

Daarnaast vertelt FTP niets over je verbrandingsmix. Train je vooral op of rond FTP, dan zit je precies in een gebied dat relatief vermoeiend is, terwijl je niet specifiek traint op maximale vetverbranding rond LT1 of echt drempelspecifiek boven LT2. Beter is om te trainen op hartslagzones die aan je drempels zijn gekoppeld. Ook spelen voeding en herstel bij duursport een grote rol in hoe je drempelwaarden zich ontwikkelen. Ook groeit FTP niet automatisch mee met alle nuttige adaptaties - je kunt je vetverbranding of buffering verbeteren zonder dat je FTP meteen stijgt, waardoor je voortgang onzichtbaar blijft wanneer je alleen FTP volgt.

Waarom een lactaattest vaak meer oplevert

Een lactaattest maakt jouw fysiologie zichtbaar en vertaalt dat naar praktische trainingskeuzes:

  • Exacte zones rond LT1 en LT2 - je traint gericht waar het telt, niet “ongeveer” rond een schatting.

  • Fysiologisch profiel - zie of je limiterend bent in vetverbranding, lactaatklaring of drempelvermogen.

  • Beter afstemmen op doelen - van lange toertochten tot korte tijdritten, je traint de juiste systemen.

  • Reproduceerbaar - minder afhankelijk van dagvorm en makkelijker te monitoren over tijd.

  • Geschikt voor elk niveau - van starter tot elite, iedereen profiteert van duidelijke drempels.

Wil je meteen structuur in je trainingen? Bekijk trainingsschema’s op basis van je drempels.

Wil je weten waar jouw drempels echt liggen en hoe je trainingsuren meer rendement geven? Bij KT Dynamic Endurance kun je een praktische lactaattest laten uitvoeren en krijg je heldere zones en concrete trainingsaanwijzingen mee. Boek je lactaattest online.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen de lactaatdrempel en FTP?

FTP is een prestatie-afgeleide schatting van je uurvermogen. Lactaatdrempels (LT1, LT2) zijn fysiologisch gemeten punten op basis van bloedlactaat en tonen ook je volledige inspanningsprofiel.

Is FTP hetzelfde als de anaerobe drempel?

Niet precies. FTP wordt vaak gebruikt als benadering van de hogere drempel (LT2), maar het is geen directe meting. Het kan per atleet afwijken van de echte LT2.

Waarom wordt FTP niet meer gebruikt?

FTP wordt nog wel gebruikt als snelle indicatie. Het is alleen beperkt voor trainingssturing, omdat het geen inzicht geeft in drempels, verbrandingsmix en individuele fysiologie.

Welk percentage van de FTP is de lactaatdrempel?

LT2 ligt bij veel renners grofweg in de buurt van hun FTP, maar kan lager of hoger uitvallen. LT1 ligt vaak rond 60-75% van FTP. Een lactaattest geeft het exacte antwoord.

Katrien Beyers

Gepassioneerd door duursport

Vorige
Vorige

Kosten triathlon coach België

Volgende
Volgende

Online sportcoaching voor beginners